Terug naar overzicht

Onnodig dure laadsessies kosten Belgische bedrijven ruim 100 miljoen euro per jaar

Lees in
4
min
4/11/26
Slim laden

Belgische bedrijven betalen samen meer dan 100 miljoen euro per jaar te veel voor het laden van hun elektrische bedrijfswagens. Verbieden of doorrekenen lost dat niet op. Inzicht, verantwoordelijkheid en een eerlijke verrekening via de energiefactuur doen dat wel.

De elektrificatie van de Belgische bedrijfsvloot is een succes. Vandaag rijden er 234.472 elektrische salariswagens rond. Maar met de elektrische wagen kwam een vraag die bij diesel nooit speelde: waar tank je? Bij een brandstofwagen maakt het weinig uit welk tankstation je kiest. Bij een elektrische wagen hangt de prijs af van de plek. Op kantoor kost een kilowattuur zo'n 18 eurocent, thuis ongeveer 32 eurocent volgens het CREG-tarief, aan een publieke laadpaal gemiddeld 55 eurocent, en aan een snellader nog meer.

In vloten waar niemand het laadgedrag stuurt, zien we dat tot 60 procent van de energie publiek geladen wordt. Dat kost tot 480 euro per wagen per jaar, en over de hele markt meer dan 100 miljoen euro. Niet omdat bestuurders onverschillig zijn. Wie 's ochtends naar kantoor rijdt, er de hele dag staat zonder te laden en 's avonds aan de paal bij de supermarkt hangt, beseft meestal niet dat zijn werkgever daar drie keer meer betaalt. Niemand heeft het hem ooit gezegd.

Twee reflexen die ik wil afraden

Wie dat beseft, grijpt snel naar een van twee oplossingen. De eerste is verbieden: geen snelladen meer, of alleen met toestemming. Maar snelladen heeft zijn plaats. Voor een vertegenwoordiger die 40.000 kilometer per jaar rijdt of een bestuurder zonder oprit is het geen luxe, maar een noodzaak. Een verbod treft precies de verkeerde mensen, creëert opnieuw rijbereikangst en ondermijnt het draagvlak voor elektrisch rijden.

De tweede reflex is doorrekenen: wie duur laadt, betaalt het verschil zelf. Dat maakt van een voordeel een bron van conflict. Het straft wie in een appartement of in de stad woont en thuis niet kan laden. En het is administratief zwaar en fiscaal gevoelig.

Beide reflexen behandelen de medewerker als het probleem. Hij is de oplossing.

Wat wel werkt

De meeste bestuurders passen hun gedrag aan zodra ze zien wat het kost. Toon iemand zijn gemiddelde laadprijs naast die van vergelijkbare collega's, en het gesprek gaat vanzelf. Waar dat niet volstaat, kan de fleetmanager met de cijfers op tafel een gesprek voeren. Dat is geen controle, maar verantwoordelijkheid: de werkgever geeft inzicht, de medewerker maakt een bewuste keuze.

Die verantwoordelijkheid geldt in twee richtingen. Wie van zijn medewerkers verwacht dat ze op kantoor laden, moet daar ook laadpunten voorzien. En wie wil dat ze thuis laden, moet hen eerlijk vergoeden.

De zwakke schakel: de thuisvergoeding

Daar knelt het vandaag. De meeste werkgevers vergoeden thuisladen tegen het CREG-tarief, een forfait dat de stroomprijzen met vertraging volgt. Stijgen de prijzen, dan schiet de medewerker voor. Dalen ze, dan betaalt de werkgever te veel. Zodra thuisladen aanvoelt als verlies, kiest de bestuurder voor de laadpas en de publieke paal. Wie de laadmix wil sturen, moet dus eerst de thuisvergoeding oplossen.

De fiscus aanvaardt de werkelijke kost al als basisprincipe. Het forfait is een pragmatische vereenvoudiging, omdat de echte prijs moeilijk te achterhalen is. Laten we de werkelijke kost dan de eenvoudige optie maken.

Verrekenen via de energiefactuur

Er bestaat een logische plek om dat te doen: de energiefactuur. De energieleverancier kent de werkelijke prijs, inclusief nettarieven en capaciteitstarief. De laadpaal weet precies hoeveel de wagen geladen heeft. Breng die twee samen, en het thuisladen verschijnt als aparte lijn op de factuur, rechtstreeks betaald door de werkgever, zoals vandaag al gebeurt met het thuisinternet van veel werknemers. Geen forfait meer, geen onkostennota's, geen discussie.

Die aanpak moet ook klaar zijn voor wat komt. Elektrische wagens kunnen binnenkort stroom terugleveren aan de woning. Dat heet vehicle-to-home. Maar de wagen is van de werkgever en de batterij werd gevuld met stroom die hij betaalde. Wie betaalt voor de kilowattuur die 's avonds naar de keuken vloeit? Zonder duidelijke regels creëren we een nieuwe grijze zone.

Het principe moet daarom eenvoudig zijn: elke uitwisseling van energie tussen wagen en woning, in beide richtingen, wordt verrekend aan de werkelijke kost zoals die op de energiefactuur staat. Eén regel voor laden, ontladen en zonnepanelen.

Een gecertificeerde meter als voorwaarde

Dat kan alleen met metingen die juridisch standhouden. Daarom moet elke laadpaal bij een bedrijfswagen thuis een gecertificeerde MID-meter hebben. Zonder sluitende meting geen afrekening aan werkelijke kost, en dus opnieuw discussie. Wie vandaag laadpalen installeert, maakt die keuze nu best, zodat ze morgen niet vervangen moeten worden.

Een zaak voor de hele sector

Niemand kan dit alleen. Er zijn energieleveranciers, netbeheerders, laadpuntoperatoren, leasemaatschappijen, werkgevers en een overheid die het fiscale kader bepaalt. Er liggen goede voorstellen op tafel, en die vormen een basis. Wat nu nodig is, is een akkoord dat de hele sector draagt: gemeenschappelijke datastandaarden, duidelijke rollen en fiscale erkenning.

Elektrificeren was de eerste stap. Slim laden en eerlijk verrekenen is de volgende. Als we dat goed regelen, wordt de bedrijfswagen een deel van het energiesysteem in plaats van een kostenpost die niemand begrijpt.

‍

Dann Rogge is CEO van Blossom.

Slim thuisladen zonder gedoe,
voor al je werknemers?
Simpel, efficiënt en volledig digitaal.